
gemeenschappelijk- tegelijk eigen aan meerdere personen of zaken (ieder heeft er een aandeel in)
mehreren Personen oder Sachen zugleich eigen (jedem gehört ein Anteil daran)
gezamenlijk- in gemeenschap, samen met ten minste één ander (naast en met elkaar)
in Gemeinschaft, zusammen mit mindestens einem Anderen (neben- und miteinander)