„Im schwach beleuchteten Innern nahm man vor allem Gerüche wahr: tagealten Rauch, den fettigen Moschusduft frischer Felle, offene Fässer mit gepökeltem Kabeljau.“
„In het zwak verlichte interieur nam men vooral geuren waar: dagenoude rook, de vettige muskusgeur van verse pelzen, open vaten met gepekelde kabeljauw.“