„Der Herr Finanzminister wird Zahlen vorlegen, von denen gewusst ist, dass sie nicht richtig sein können.“
“De heer minister van Financiën zal cijfers voorleggen waarvan bekend is dat ze niet juist kunnen zijn.”
„Wir möchten, damit es gewusst sei, endlich, die unanfechtbaren Zahlen nennen.“
“Wij willen, opdat het bekend zij, eindelijk de onweerlegbare cijfers noemen.”