Das Essen im Hotel war grottenschlecht.
Het eten in het hotel was oerslecht.
„So wie es auf den ersten Blick aussah, war es also ein grandioses Geschäft für Esch, die Bank und ihre Kunden, ein grottenschlechtes dagegen für Karstadt.“
„Zoals het op het eerste gezicht leek, was het dus een grandioze zaak voor Esch, de bank en haar klanten, een oerslechte daarentegen voor Karstadt.“