Sie war zu mir auf den Baum heraufgeklettert.
Ze was naar mij in de boom omhooggeklommen.
„Alle zusammen müssen sie, vermöge einer eignen Ordensregel alle Jahr im sechsten Monath auf dem höchsten Gipfel des Berges heraufklettern.“
“Allen samen moeten zij, krachtens een eigen orderegel, elk jaar in de zesde maand op de hoogste top van de berg klimmen.”