„Als das Mädchen zu tanzen begann, knarzte der Holzfußboden unter seinen Füßen.“
„Toen het meisje begon te dansen, knarste de houten vloer onder haar voeten.“
„Geht man an einem kalten Wintertag über eine Schneedecke spazieren, kann es sein, dass dieser unter den Schuhen kräftig knarzt und knirscht.“
„Loopt men op een koude winterdag over een sneeuwdek, dan kan het zijn dat dit onder de schoenen flink knarst en knirst.“