
rondrijden- zich met een door trekdieren/paarden getrokken voertuig voortbewegen; met een auto rijden
sich mit einem von Zugtieren/Pferden gezogenen Fahrzeug bewegen; mit einem Auto fahren
vervoeren- een span/voertuig besturen; iemand in een voertuig vervoeren
ein Gespann/Fahrzeug lenken; jemandem in einem Fahrzeug transportieren