Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
lackieren
[laˈkiːʁən]
Werkwoord
(etw.
Akk
~)
Definities
1
lakken
- van lak voorzien
mit Lack versehen
Die Fenster müssen noch
lackiert
werden.
De ramen moeten nog gelakt worden.
Sie
lackiert
ihre Fingernägel immer knallrot.
Ze lakt haar vingernagels altijd knalrood.
2
oplichten
- iemand bedriegen
jemanden betrügen
Bei seinem letzten Autokauf hat ihn der Gebrauchtwagenhändler ordentlich
lackiert
.
Bij zijn laatste autoaankoop heeft de occasionhandelaar hem flink opgelicht.
Synoniemen
bescheißen
betrügen
hereinlegen
lacken
leimen
prellen
Werkwoord