keine Schwierigkeiten, keine Mühe verursachen; keine Anstrengung, keine Überwindung kosten
„Es fiel mir nicht leicht, mich am Gespräch zu beteiligen, und ein paar Male habe ich konfuse Antworten gegeben; […].“
“Het viel mij niet gemakkelijk om aan het gesprek deel te nemen, en enkele malen heb ik verwarde antwoorden gegeven; […].”
„Es fällt ihm nicht leicht, dieses Fortgehn, ihm, einem alten Amerikaner.“
“Het valt hem niet gemakkelijk, dit weggaan, hem, een oude Amerikaan.”