
wegrijden- beginnen zich rijdend ergens heen te bewegen; beginnen te rijden
anfangen, sich fahrend (irgendwohin) zu bewegen; anfangen zu fahren
toerijden- zich rijdend in de richting van iets of iemand bewegen; iets als richtpunt nemen en zich rijdend daarheen bewegen
sich fahrend in Richtung auf etwas, jemanden bewegen; etwas zum Richtpunkt, Ziel nehmen und sich fahrend darauf zubewegen
aanvallen- dreigend op iemand afgaan of tegen iemand handtastelijk worden
auf jemanden drohend zugehen oder gegen jemanden handgreiflich werden
uitvaren- op iets met ergernis, onwil, woede reageren
auf etwas mit Ärger, Unwillen, Zorn reagieren