etwas möglichst originalgetreu nachmachen; die Eigenart, das Verhalten von jemandem / etwas imitieren
Er versuchte immer, das Verhalten seines großen Bruders nachzuahmen.
Hij probeerde altijd het gedrag van zijn oudere broer na te bootsen.
„Für manche praktischen Probleme fand die DDR sogar gute Lösungen. Inzwischen werden sie auch in den alten Bundesländern endlich offener diskutiert und nachgeahmt. Man denke an Kindertagesstätten, Ganztagsschulen und Polikliniken.“
„Voor sommige praktische problemen vond de DDR zelfs goede oplossingen. Intussen worden ze ook in de oude bondslanden eindelijk opener besproken en nagebootst. Denk aan kinderdagverblijven, brede scholen en poliklinieken.“