Nederlandse- tot het volk van de Nederlanders behorend
zum Volk der Niederländer gehörend
„… die niederländische Ethnie umfaßt Holland (ohne Friesland), das belgische Flandern und in Frankreich Westhoek; …“
„… de Nederlandse etniciteit omvat Holland (zonder Friesland), het Belgische Vlaanderen en in Frankrijk de Westhoek; …”
2
Nederlands- tot Nederland behorend
zu den Niederlanden gehörend
„Zum 1. Januar 1992 zog der niederländische Gesetzgeber den Schlußstrich unter eine umfassende Neukodifikation des bürgerlichen Rechts.“
„Per 1 januari 1992 zette de Nederlandse wetgever een streep onder een uitgebreide hercodificatie van het burgerlijk recht.”
In Surinam aber wurde es wenigstens zur fast allgemein von den Farbigen verstandenen und benutzten Zweitsprache; Surinam galt als die im sprachlichen Sinne „niederländischste" Kolonie Hollands.
In Suriname werd het echter tenminste de bijna algemeen door de kleurlingen begrepen en gebruikte tweede taal; Suriname gold als de in taalkundig opzicht meest Nederlandse kolonie van Holland.