Ich stopfe all meine Sachen in eine kleine Tasche rein.
Ik stop al mijn spullen in een klein tasje.
„Eine blaue Reisetasche war zuunterst reingestopft, dann waren da ein Karton, die Fleecejacke, ein paar alte Zeitungen und mehrere pralle Plastiktüten.“
„Een blauwe reistas was onderin gepropt, dan waren er een kartonnen doos, het fleecevest, een paar oude kranten en meerdere volle plastic tassen.“