
repeteren- herhalend oefenen, bijvoorbeeld woordjes of lessen
wiederholend üben, zum Beispiel Vokabeln oder Lektionen
doubleren- een klas, een leerjaar nogmaals volgen
eine Klasse, einen Jahrgang nochmals besuchen
opnieuw aanslaan- nogmaals aanslaan (een uurwerk of een toets)
nochmals anschlagen (ein Uhrwerk oder eine Taste)