„Winzige, rosafarbene Wellen leckten unaufhörlich gegen den Strand.“
Piepkleine, rozegekleurde golven likten onophoudelijk tegen het strand.
„Aber während ihr potentieller Wurf schmutzstarrende Flanken hatte, war die Sau in tadellos sauberem Zustand, ihr schimmernder, rosafarbener Körper strotzte vor Gesundheit.“
Maar terwijl haar aanstaande worp met vuil stijve flanken had, verkeerde de zeug in smetteloos schone staat, haar glanzende, rozegekleurde lichaam barstte van gezondheid.