Er hat einen wahrhaft ruppigen Ton an sich.
Hij heeft een waarlijk lompe toon.
„Der heute Abend zum ruppigen Gesellen gewordene junge Mann war ein lustiger Bursche, dem diese Rolle wie auf den Leib geschrieben war.“
"De jongeman, die vanavond een lompe kerel is geworden, was een vrolijke knaap, voor wie deze rol als op het lijf geschreven was."