Trotzdem schreit, lärmt und singt der Sperling, als ob er mit der Stimme einer Nachtigall begabt wäre, und schon im Neste schilpen die Jungen.
Toch schreeuwt, raast en zingt de mus alsof hij met de stem van een nachtegaal begiftigd is, en al in het nest tsjilpen de jongen.
Schwere Äpfel bogen die Zweige der Bäume. Sperlinge schilpten und schüttelten die Flügel, andere fielen auf einen Haufen, in einen heftigen Kampf verwickelt.
Zware appels bogen de takken van de bomen. Mussen tsjilpten en schudden met de vleugels, andere vielen op een hoop, in een hevig gevecht verwikkeld.