„Mein Bild von ihm war das eines Verführers und Rebellen, eines lustigen frechen Kerls, der in Austernkellern schlampampte und Fräuleins verspottete, ob am Teetisch oder seufzend am Meere bei Sonnenuntergang.“
"Mijn beeld van hem was dat van een verleider en rebel, een vrolijke brutale kerel die in oesterkelders smulde en juffrouwen bespotte, hetzij aan de theetafel of zuchtend aan de zee bij zonsondergang."