
bengelen- zich heen en weer, van links naar rechts en terug bewegen
sich hin und her, von links nach rechts und zurück bewegen
zwaaien- iets heen en weer, van links naar rechts en terug bewegen
etwas hin und her, von links nach rechts und zurück bewegen
rondslenteren- planloos door de omgeving slenteren, wandelen
planlos durch die Gegend schlendern, spazierengehen