„Einige Wissenschaftler wiederum schlussfolgerten, dass das ungenaue Kopieren dem Jäger eine Wespen- und Bienenvielfalt vermittle und ihn so verunsichere.“
“Sommige wetenschappers concludeerden daarentegen dat het onnauwkeurige kopiëren de jager een verscheidenheid aan wespen en bijen voorspiegelde en hem zo onzeker maakte.”
„Der ontologische Gottesbeweis schlussfolgert aus dem bloßen Gedanken oder Begriff ‚Gott’, d. h. a priori, auf die Existenz Gottes.“
“Het ontologische godsbewijs concludeert uit de loutere gedachte of het begrip ‘God’, d.w.z. a priori, tot het bestaan van God.”