
stoven- vlees aanbraden en dan in een pan langzaam gaar laten worden
Fleisch anbraten und dann in einem Topf langsam garen
sudderen- langzaam gaar worden in een afgesloten keukenapparaat (pan)
langsam gar werden in einem abgeschlossenen Küchengerät (Topf)
vastzitten- een tijdlang in een ongewenste/onaangename situatie verkeren, moeten wachten, nog (lang) niet afgehandeld zijn
eine Zeitlang in einer unerwünschten/unangenehmen Lage sein, warten müssen, noch (lange) nicht erledigt sein
bakken- zich aan grote hitte blootstellen / aan grote hitte blootgesteld zijn
sich großer Hitze aussetzen / großer Hitze ausgesetzt sein
doorbranden- door overbelasting (sterke stroom) oververhit raken
wegen Überlastung (starkem Stromfluss) überhitzen