„War ’n schlanker Typ, groß, mit steinharten Muskeln in ’n Armen, die aussahen wie Äpfel unter der Haut.“
"Het was een slanke kerel, groot, met steenharde spieren in zijn armen, die eruitzagen als appels onder de huid."
„Seine Frau zu betrügen, verschaffte seinem Herzen eine sofortige steinharte Erektion.“
"Zijn vrouw bedriegen bezorgde zijn hart onmiddellijk een steenharde erectie."