Zoek woordenschat...
Woordenboek
Een Duits woord dat je nog niet snapt? 🌱
straucheln
[ˈʃtʁaʊ̯xl̩n]
Werkwoord
Definities
1
struikelen
- struikelen
stolpern
Er lief den Weg entlang,
strauchelte
und raffte sich wieder auf.
Hij liep langs de weg, struikelde en krabbelde weer overeind.
2
vallen
- vallen
fallen
Er war eine Existenz, die
strauchelte
.
Hij was een bestaan dat ten onder ging.
Werkwoord