im Ungleichgewicht, mit starken (Gefühls-)Schwankungen, mit einer ungleichmäßigen Verteilung
„Den Diskurs hält sie zwar für legitim, dieser werde aber unsachlich und unausgeglichen geführt, da unter den geladenen Diskussionsteilnehmern die Mehrheit gegen ein Kopftuch seien.“
„Zij houdt het discours weliswaar voor legitiem, maar het zou onzakelijk en onevenwichtig worden gevoerd, omdat onder de genodigde deelnemers aan de discussie de meerderheid tegen een hoofddoek zou zijn.“
„In einer Gesellschaft, die lokal auch unausgeglichene Rechtsbeziehungen zulässt, muss der Ausgleich auf Umwegen hergestellt werden.“
„In een samenleving die lokaal ook onevenwichtige rechtsbetrekkingen toelaat, moet het evenwicht langs omwegen worden hersteld.“