„Er lief zum zweiten Gebäude an der Grenze zur unbebauten Zone.“
"Hij liep naar het tweede gebouw aan de grens met de onbebouwde zone."
„Auf dem unbebauten Grundstück hatte man nahe der Stelle, wo die Leiche des Mädchens gefunden worden war, einen Bürocontainer aufgestellt.“
"Op het onbebouwde perceel had men nabij de plek waar het lijk van het meisje was gevonden, een kantoorcontainer geplaatst."