„Die Nacht brach herein; die Kälte war markdurchdringend und die Wege über Feld fast ungangbar.“
„De nacht viel in; de kou was mergdoordringend en de wegen over het veld waren bijna onbegaanbaar.“
„Denn mancherlei Umstände können eintreten, welche diese Brücke von den Sinnen zur Seele überhaupt ungangbar machen ….“
„Want velerlei omstandigheden kunnen optreden, die deze brug van de zinnen naar de ziel geheel onbegaanbaar maken ….“