„Sie hatte einen Stadtrat einmal gewaltig verärgert, den sie als »schütter und zwergenhaft« beschrieb – was er war.“
„Ze had een gemeenteraadslid eens geweldig geërgerd, dat ze als »kaal en dwergachtig« beschreef – wat hij was.“
Dich scheint aber auch gar nichts zu verärgern.
Jou lijkt echter helemaal niets te ergeren.