„Sie waren Kunsthandwerker, Klempner und Kesselflicker, sie verfertigten Kleiderbügel, Ratten- und Mäusefallen, Vogelkäfige und Nudelsiebe.“
"Zij waren ambachtslieden, loodgieters en ketellappers, zij vervaardigden kleerhangers, ratten- en muizenvallen, vogelkooien en vergieten."