„Einer der Funken war aber auf ein besonders feines, trockenes Fäserchen gefalle; es glühte kurz auf, bevor es verglomm.“
„Een van de vonken was echter op een bijzonder fijn, droog vezeltje gevallen; het gloeide kort op voordat het uitgloeide.“
„Die restliche Zigarette verglimmte im Ascher.“
„De rest van de sigaret gloeide uit in de asbak.“