
afranselen- iemand een pak slaag geven, een persoon niet erg bruut slaan
jemandem eine Tracht Prügel verpassen, eine Person (nicht sehr brutal) schlagen (hauen)
verknoeien- erg veel fouten maken, en daardoor bijvoorbeeld een examen niet halen
sehr viele Fehler machen, und deshalb zum Beispiel eine Prüfung nicht bestehen
zich verrekenen- bij de berekening of calculatie een fout maken
(bei der Berechnung/Kalkulation) einen Fehler machen
verbrassen- lichtzinnig geld uitgeven voor plezier en vermaak
(leichtfertig) Geld (für Spaß und Vergnügen) ausgeben