internaliseren- blijvend in het eigen denken (het innerlijk) opnemen
dauerhaft in das eigene Denken (das Innere) aufnehmen
Alle hatten vom ersten Semester an die Regeln verinnerlicht.
Iedereen had zich vanaf het eerste semester de regels eigen gemaakt.
„Bis zum fünften Lebensjahr haben die meisten Kinder dann den Satzbau ihrer Muttersprache verinnerlicht.“
“Voor het vijfde levensjaar hebben de meeste kinderen dan de zinsbouw van hun moedertaal geïnternaliseerd.”
2
in zichzelf keren- naar binnen gekeerd, gesloten worden/zijn
nach innen gekehrt, verschlossen werden/sein
„Je älter Martin wird, desto mehr kommt er nach seinem Vater, dachte ich in diesem Moment. Tatsächlich wurde mein Sohn immer ehrgeiziger und verinnerlichte zunehmend.“
“Hoe ouder Martin wordt, hoe meer hij op zijn vader gaat lijken, dacht ik op dat moment. Mijn zoon werd inderdaad steeds ambitieuzer en keerde zich steeds meer in zichzelf.”