
klemmen- iets met zijn hoeken of zijden (kanten) in/vast in een ander deel vastklemmen
etwas mit seinen Ecken oder Seiten (Kanten) an/in einem anderen Teil fest einkeilen
verkanten- de voor een bepaald doel zoals bijvoorbeeld skiën of zagen juiste positie van een lengtezijde (kant) missen en deze in plaats daarvan verkeerd/schuin neerzetten
die (für einen bestimmten Zweck wie zum Beispiel Skilaufen oder Sägen) richtige Position einer Längsseite (Kante) verfehlen und diese stattdessen falsch/schräg aufsetzen
kantelen- de loop van een wapen naar rechts of links kantelen, waardoor de trefzekerheid lijdt
den Lauf einer Waffe nach rechts oder links kippen, worunter die Zielgenauigkeit leidet
verdraaien- de schacht van een speer naar rechts of links draaien, waardoor hij niet meer optimaal recht vooruit vliegt
den Schaft eines Speers nach rechts oder links drehen, wodurch er nicht mehr optimal geradeaus fliegt