
omkeren- omdraaien, verdraaien, in de verkeerde stand draaien
umdrehen, verdrehen, in die falsche Lage drehen
rijden- zich (in de openbare ruimte) bewegen, aan het verkeer deelnemen
sich (im öffentlichen Raum) bewegen, am Verkehr teilnehmen
omgaan- omgang hebben (met)
Umgang haben (mit)
met hebben vervoegen- met het hulpwerkwoord hebben, zeldzamer met het hulpwerkwoord zijn:
mit dem Hilfsverb haben, seltener mit dem Hilfsverb sein:
alleen met hebben- uitsluitend met het hulpwerkwoord hebben:
nur mit dem Hilfsverb haben: