
kwijtraken- iets ergens neerleggen en het later niet meer terugvinden
etwas irgendwo hinlegen und es später nicht mehr wiederfinden
laten vallen- iets per ongeluk laten vallen
etwas versehentlich fallen lassen
verspelen- een weddenschap-inzet moeten afgeven omdat men niet gewonnen heeft
einen Wetteinsatz abgeben müssen, weil man nicht gewonnen hat
verliezen- niet winnen; verslagen worden; een nederlaag lijden
nicht gewinnen; besiegt werden; eine Niederlage erleiden
hoop opgeven- geen hoop meer hebben, de hoop opgeven
keine Hoffnung mehr haben, die Hoffnung aufgeben