
voorzien- iemand of iets met iets uitrusten
jemanden oder etwas mit etwas ausstatten
bekleden- een ambt of een dienst uitvoeren of vervullen
ein Amt/einen Dienst ausführen/ausfüllen
vergissen- zich vergissen
sich irren
verwachten- op iets voorbereid zijn
auf etwas gefasst sein
bedienen- de ziekenzalving aan iemand toedienen
die Krankensalbung an jemandem vornehmen