Flüssigkeit im Gewebe und damit die Frische (Jugend) verlieren, trocken/welk werden
Stell doch den Blumenstrauß gleich in eine Vase, sonst verwelkt er so schnell.
Zet het boeket toch meteen in een vaas, anders verwelkt het zo snel.
„Besser ich verwelke vor Sehnsucht nach dir. Ich bin allein. Laß mich sterben. Was solls.“
„Liever verwelk ik van verlangen naar jou. Ik ben alleen. Laat me sterven. Wat maakt het uit.“