„Aber hier im Gebiete des winterlichen Kältepols schneit es sehr wenig, die Schneedecke wird im Frühling rasch weggeschmolzen, und damit ist die Bedingung für eine kräftige sommerliche Erwärmung geschaffen.“
„Maar hier in het gebied van de winterse koudepool sneeuwt het zeer weinig, het sneeuwdek smelt in de lente snel weg, en daarmee is de voorwaarde voor een krachtige zomerse opwarming geschapen.“
Dann ist die Sonne rausgekommen und hat den Schnee weggeschmolzen.
Toen kwam de zon tevoorschijn en heeft de sneeuw weggesmolten.