
voor wat- leidt een vraag in naar a) een zaak/een toedracht b) een voorwerp (ruimtelijk); de vraag wordt bijvoorbeeld beantwoord met: daarvoor …
leitet eine Frage nach a) einer Sache/einem Sachverhalt b) einem Gegenstand (räumlich) ein; beantwortet wird die Frage beispielsweise mit: Davor …
waarvoor- leidt een betrekkelijke bijzin in die betrekking heeft op a) een eerder genoemde zaak/eerder genoemde toedracht, b) een eerder genoemd voorwerp (ruimtelijk)
leitet eine Relativsatz ein, der sich auf a) eine vorgenannte Sache/einen vorgenannten Sachverhalt bezieht, b) einen vorgenannten Gegenstand (räumlich) bezieht