Voller Wut zerdepperte sie die Vase auf dem Küchentisch, so dass die Splitter bis ins Wohnzimmer flogen.
Vol woede sloeg zij de vaas op de keukentafel stuk, zodat de scherven tot in de woonkamer vlogen.
„Sie zerdepperten ein paar Teller und warfen Lebensmittel herum.“
„Zij sloegen een paar borden stuk en gooiden levensmiddelen in het rond.“