
aanvoeren- iets naar iemand of naar een plaats brengen
etwas jemandem oder zu einem Ort bringen
doorbrengen- gedurende een bepaalde tijdspanne op een bepaalde plaats verblijven
während einer bestimmten Zeitspanne an einem bestimmten Ort verweilen
dichtkrijgen- in staat zijn iets dicht te maken, iets te sluiten
fähig sein, etwas zuzumachen, etwas zu schließen