Die Standuhr habe ich dem Florian zugedacht, und die Vitrine der Ursel.
De staande klok heb ik aan Florian toegedacht, en de vitrinekast aan Ursel.
„Eine Zurücksetzung, wie Du ihm zudenkst, wird ihn zu unserem Feinde machen.“ (1855)
„Een terugzetting zoals jij hem toedenkt, zal hem tot onze vijand maken.“ (1855)