„Einige Frauen hielten sich plaudernd am Rande der Wiese im Baumschatten auf und die zugehörigen Kinder rannten lachend und rufend zwischen den Büschen herum.“
„Enkele vrouwen hielden zich pratend op aan de rand van de weide in de boomschaduw en de bijbehorende kinderen renden lachend en roepend tussen de struiken rond.“
„Als Verbundenheit wird in der Psychologie der Kommunikation das Gefühl bezeichnet, einer anderen Person oder einer Personengruppe zugehörig zu sein und in einer gegenseitig vertrauensvollen Beziehung zu stehen.“
„Als verbondenheid wordt in de psychologie van de communicatie het gevoel aangeduid bij een andere persoon of een groep personen te horen en in een wederzijds vertrouwensvolle betrekking te staan.“