
teruggaan- de plek waar men is vertrokken weer opzoeken
den Punkt, von dem man aufgebrochen ist, wieder aufsuchen
afnemen- minder worden
weniger werden
stammen uit- afstammen uit
herstammen aus
teruggrijpen op- zich op iets uit vroegere tijden beroepen, betrekken
sich auf etwas in früheren Zeiten berufen, beziehen