
terugzetten- een persoon of een voorwerp op zijn oorspronkelijke of vorige plaats zetten
eine Person oder einen Gegenstand an seine ursprüngliche oder vorherige Stelle setzen
achteruitzetten- een persoon of een voorwerp op een achterste plaats zetten
eine Person oder einen Gegenstand an eine hintere Stelle setzen
achteruitrijden- een voertuig een korte afstand achteruit rijden
ein Fahrzeug eine kurze Strecke rückwärtsfahren
achterstellen- een persoon slechter behandelen dan andere personen
eine Person schlechter als andere Personen behandeln
afprijzen- iets in prijs verlagen
etwas preislich vergünstigen
achterblijven- in vergelijking met vorig jaar een kleiner gewei krijgen
ein kleineres Geweih erhalten im Vergleich zum Vorjahr
resetten- weer in een vroegere toestand of in de begintoestand brengen
wieder in einen früheren Zustand/in den Anfangszustand bringen