
terugspringen- springen naar de plek waar men eerder was
dahin springen, wo man vorher war
achteruitspringen- snel een sprong achterwaarts maken
(schnell) einen Sprung rückwärts machen
terugverspringen- zich plotseling een stukje terug bewegen
sich plötzlich ein Stück zurückbewegen
terugkaatsen- van iets afketsen en weer op een bepaalde plaats terechtkomen
von etwas abprallen (und wieder an einen bestimmten Ort gelangen)
inspringen- ruimtelijk een beetje achter iets gelegen zijn
räumlich ein wenig hinter etwas gelegen sein