„Die immer wieder aufgestellte Behauptung, dass er aus Römerzeit gestammt haben soll, kann bestenfalls auf die Grundmauern zutreffen und auch hierfür gibt es keinerlei Beweise.“
„De steeds weer opgestelde bewering dat hij uit de Romeinse tijd zou stammen, kan hoogstens voor de funderingsmuren gelden en ook daarvoor is er geen enkel bewijs.“
2
gelden voor- met iemand overeenstemmen, bij hem passen
jemandem entsprechen, auf ihn passen
„Es kommen ihm nur zwei Sorten von Menschen in den Sinn, erstens Polizisten und zweitens Kriminelle, doch was trifft auf ihn zu?“
„Er komen hem slechts twee soorten mensen voor de geest, ten eerste politieagenten en ten tweede criminelen, maar wat geldt voor hem?“