„Sieben Tage lang sollst du ungesäuertes Brot essen, sowie ich dir aufgetragen habe, zur festgesetzten Zeit im Ährenmonat, denn da bist du aus Ägypten ausgezogen.“
„Zeven dagen lang zul je ongezuurd brood eten, zoals ik je heb opgedragen, op de vastgestelde tijd in de arenmaand, want toen ben je uit Egypte vertrokken.“
„Unsere heidnischen Vorfahren nannten den August auch „Erntemond“ oder „Ährenmonat“.“
„Onze heidense voorouders noemden augustus ook oogstmaan of arenmaand.“