„Aber glauben Sie nicht, daß wir Ihnen deswegen übelwollen.“
"Maar geloof toch niet dat wij u daarom kwaad willen."
„Wer, wie ich, aus einem Kavaliersdelikt hervorgegangen ist, hätte mehr Gründe als jeder Revolutionär, den Kavalieren übelzuwollen.“
"Wie, zoals ik, uit een cavalierdelict is voortgekomen, zou meer redenen hebben dan elke revolutionair om de cavaliers kwaad te willen."