„Und nun hinaus in den weiten, grünen Park, der zwischen manchen Regentagen doch immer wieder wundervoll im Abendsonnenschein leuchtet und blüht!“
„En nu naar buiten, het wijde groene park in, dat tussen sommige regendagen door toch steeds weer heerlijk in de avondzonneschijn straalt en bloeit!“
„Rechts in der Ecke des Marktes vor dem Wirthshause sitzt im Abendsonnenscheine eine kleine Gesellschaft beim Schoppen, auch der Maler des Bildes ist darunter und einige seiner guten Freunde.“
„Rechts in de hoek van de markt voor de herberg zit in de avondzonneschijn een klein gezelschap bij een glas wijn, daaronder ook de schilder van het schilderij en enkele van zijn goede vrienden.“