„Angeschmiegt an eine senkrechte Felswand liegt die sandige Bucht in der Abendsonne.“
„Tegen een loodrechte rotswand aangevlijd ligt de zandige baai in de avondzon.“
„Ich saß auf einer Bank und die frühe Abendsonne leuchtete auf die Enten im Fluss.“
„Ik zat op een bank en de vroege avondzon scheen op de eenden in de rivier.“